< Terug naar overzicht

Betaald educatief verlof

Marc Moens (AZ Sint-Blasius Dendermonde): “Vormingsuren op werkvloer opvangen is niet eenvoudig”

Het systeem van betaald educatief verlof dateert uit een tijd waarin werkgevers vorming en opleiding nog niet zo hoog in het vaandel droegen. Marc Moens, directeur personeelszaken van het AZ Sint-Blasius in Dendermonde, ziet een duidelijke evolutie, al dan niet veroorzaakt door wettelijke verplichtingen (zie ook verder ‘Betaald educatief verlof in het kort’). “Voor werkgevers is het belangrijk steeds over goed opgeleide medewerkers te kunnen beschikken. Niettemin heb ik bij het systeem van vandaag toch wat bedenkingen.”


Het huidige betaald educatief verlof wordt gekenmerkt door veelvuldige en de jongste tijd zelfs retroactieve wijzigingen, gevolgd door ‘wijzigingen op de wijzigingen’, vindt Moens. “Op de werkvloer zorgt dit voor problemen, vooral inzake juridische onzekerheid en onduidelijkheid, zowel voor werkgever als werknemer. Dan hebben we het nog niet over de gebrekkige, veelal laattijdige communicatie en informatie. Bovendien stellen we vast dat de tussenkomsten ontoereikend zijn, dat we jaren moeten wachten op de tegoeden van de overheid en dat we daarvoor eerst een berg administratief werk moeten verzetten. Zo ga je het systeem eerder met argusogen bekijken.”


Eigen inspanning gewenst


Er werden al heel wat opleidingen van de erkenningslijst geschrapt, zegt Moens. Maar: “Ik vind dat we nog een lange weg af te leggen hebben. Het zal ervan afhangen welke filosofie men in de toekomst wil hanteren: streeft men naar ‘levenslang leren’ zonder beperkingen of wordt het aanbod beperkt tot opleidingen die voor het huidige beroep of de huidige werkgever relevant zijn? Ter informatie: de voorbije jaren volgden werknemers van ons ziekenhuis opleidingen voor leerkracht, traiteur, herborist, schilder, behanger, metselaar en nog veel meer. Mogen we niet verwachten dat ook de werknemer zelf een eigen bijdrage levert en opleidingen die niet of minder relevant zijn voor de werkgever in zijn vrije tijd volgt? Het is inderdaad zo dat heel wat opleidingen gevolgd worden uit persoonlijke interesse, met het oog op heroriëntering van de loopbaan bij andere werkgevers of met als doel een zelfstandig bijberoep. De vraag is of de huidige werkgever daaraan een bijdrage moet leveren. Mijns inziens horen dergelijke opleidingen niet a priori thuis in het systeem van educatief verlof voor onze sector. Als er dan toch keuzes moeten worden gemaakt om het systeem in stand te houden… In deze context zou het goed zijn de opleidingen per sector te erkennen. Dat zou leiden tot een ondubbelzinnige afbakening van de opleidingen die al dan niet in aanmerking komen. De huidige opdeling tussen algemene, beroeps- en taalopleidingen zal dan achterhaald zijn. Hiermee wil ik niet zeggen dat de algemene opleidingen minder belangrijk zijn. Ook een werknemer met een brede algemene vorming en interesse biedt een meerwaarde.”
Ook het aantal opneembare uren is discutabel, vindt Moens. “Het lijkt me logisch dat dit op zijn minst gelinkt is aan het tewerkstellingspercentage, het soort opleiding en het aantal opleidingsuren. Uit het voorgaande kan men ook afleiden dat ik pleit voor een onderscheid in de relevantie van de opleiding. In een tijd waarin flexibiliteit centraal staat, lijkt het me voorbijgestreefd bijvoorbeeld alleen halftijdse medewerkers met een vaste arbeidsregeling recht op vorming te geven.”


Erkenning


Pas als de opleiding erkend is, begint het echte werk: de toegekende uren op de werkvloer inplannen en ervoor zorgen dat de continuïteit verzekerd blijft. Marc Moens: “Voor de diensthoofden is dat geen sinecure. Bij klassieke opleidingen vinden de examens doorgaans in dezelfde periodes plaats, zodat op hetzelfde moment massa’s uren educatief verlof worden aangevraagd. Er kan weliswaar een spreiding worden afgesproken, maar dat is niet vanzelfsprekend. Meestal moeten dan de overblijvende collega’s voor de continuïteit zorgen. Deze medewerkers kunnen dan zelf geen verlof opnemen, integendeel.”
Vooral voor opleidingen die men minder verantwoord vindt, schept dit wel eens wrijvingen. “Medewerkers moeten soms zelfs naar een andere dienst worden overgeplaatst om de uren te kunnen opnemen. Hoe goed bedoeld deze mutatie ook is, werknemers beschouwen dit vaak toch als een sanctie. Trouwens, een mutatie betekent voor de werkgever ook een extra inspanning. Vervanging vinden voor de weggevallen uren en deze medewerkers inwerken kost veel energie en wordt niet vergoed. En als men geen vervangers vindt, moet hetzelfde werk met minder medewerkers worden gepresteerd. Dan draaien opnieuw de collega’s ervoor op. In het slechtste geval kan een deel van het aantal uren niet gegeven worden. Immers, als ziekenhuis zijn we het aan onze patiënten verplicht continue kwaliteitszorgzorg te bieden”, zegt Moens.
Het huidige systeem van educatief verlof bezorgt zowel de onderwijsinrichtingen, de werknemers als de werkgevers een berg administratie. Marc Moens: “Dit moet sterk vereenvoudigd worden. Ook de betalingen moeten sneller worden geregeld. Is de kruispuntbank van de sociale zekerheid hiervoor niet de meest voor de hand liggende informatiebron? Ook zou men een vergoeding voor het administratieve werk in overweging moeten nemen.”


Betrek het onderwijs


Verder moet de onderwijssector worden betrokken bij de discussies om zijn opleidingsprogramma’s en administratie beter af te stemmen op de behoeften van het bedrijfsleven en op de haalbaarheid, vindt Moens. Het onderwijs moet beter geïnformeerd worden over de geldende wetgeving en regels (documenten, aflevertijdstippen en dergelijke). Het zou de sector bovendien verboden moeten worden foutieve attesten af te leveren.
“Ik ben het er dus mee eens dat dit systeem troeven heeft, doch ik pleit ervoor het geheel fundamenteel te herdenken in nauw overleg met alle betrokken partijen: werknemers, werkgevers, overheid en onderwijsinstellingen. Dit overleg moet bij voorkeur op sectoraal vlak plaatsvinden en gericht zijn op de knelpuntberoepen. Hopelijk komt er een duurzame regeling uit de bus waarin alle betrokkenen zich kunnen terugvinden”, besluit Moens, die alvast enkele concrete suggesties in petto heeft.
- De werknemers moeten de mogelijkheid krijgen zich bij te scholen, maar via dit systeem moeten bij voorrang opleidingen die relevant zijn voor de werkgever aan bod komen. Voor andere opleidingen moet de werknemer desnoods (gedeeltelijk) een eigen inspanning leveren.
- De werkgevers en de overheid moeten hun verantwoordelijkheid blijven nemen.
- De administratie moet sterk vereenvoudigd en de financiering – zowel voor de uren als voor de administratieve verwerking – kostendekkend worden. Teneinde ‘overadministratie’ niet in de hand te werken, is de denkpiste van budgetten per instelling zeker het overwegen waard.


WV


(FOTOBIJSCHRIFT)


Marc Moens (AZ Sint-Blasius): ‘De administratie moet vereenvoudigd en de financiering kostendekkend worden.”
Hendrik De Schrijver


(KADER)


Betaald educatief verlof in het kort


Welke opleidingen?

Niet alle opleidingen komen in aanmerking voor betaald educatief verlof. Het moet gaan over beroepsopleidingen of algemene opleidingen van minimum 32 lesuren per jaar.
Beroepsopleidingen worden erkend door de paritaire comités. Cursussen die aangeboden worden in het onderwijs voor sociale promotie of in de middenstandsleergangen, zijn alleen erkend als ze voldoen aan de notie ‘intersectoraliteit’. Dit betekent dat de opleiding het mogelijk maakt een knelpuntberoep uit te oefenen.
Onder algemene opleidingen vallen de cursussen van de vakbonden en de jeugd- of volwassenenorganisaties die aan de vakbonden verbonden zijn. In deze categorie zijn ook de opleidingen te vinden die door de erkenningcommissie als zodanig worden erkend. Het gaat over opleidingen gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de werknemer. De algemene opleidingen zijn automatisch erkend. De cursussen die bij de categorie van de vrijetijdsbesteding worden gerekend, werden al eerder uit het stelsel van het betaald educatief verlof gehaald. Het gaat bijvoorbeeld over cursussen sierkunst, huishoudkunde, schoonheidsverzorging en textielkunst.

Welke meerjarige opleidingen?

Voor secundair onderwijs moet het gaan over een opleiding die tot een diploma hoger secundair onderwijs leidt (algemeen vormend, technisch of beroeps). Zowel opleidingen in het secundair als opleidingen in het volwassenenonderwijs komen in aanmerking. Deze regels gelden enkel voor zover de werknemer nog geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs bezit.
Voor de basiseducatie kan elke meerjarige opleiding gekozen worden. Ook daarvoor geldt een beperking: het kan alleen als de werknemer nog geen diploma of getuigschrift hoger secundair onderwijs heeft.

Welke hogere opleidingen?

Hier worden bedoeld: een opleiding die kan leiden tot een master- of bachelordiploma, een opleiding die kan leiden tot een diploma of getuigschrift hoger onderwijs sociale promotie en een opleiding aan een Hoger Instituut voor Permanente vorming (enkel Franstalige gemeenschap). Beperking: dit alles kan alleen als de werknemer nog geen gelijkwaardig diploma hoger onderwijs heeft.
Wie deeltijds werkt, moet minstens vier dagen op vijf of één dag op drie werken, maar dan in een variabel uurrooster, of minstens halftijds in een vast uurrooster. In dat geval kan betaald educatief verlof enkel voor beroepsopleidingen tijdens de werktijd.
In het oude systeem konden de werkgevers op de opgenomen uren betaald educatief verlof een loongrens toepassen. Vanaf 1 september 2006 wordt de loongrens vastgelegd op 2100 euro voor de werknemers jonger dan 45 jaar en op 2500 euro voor de werknemers ouder dan 45 jaar.


MB


Lees alles over het betaald educatief verlof in HR Square nr. 42 van februari 2007. Vraag een proefnummer aan info@hrsquare.be.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen