< Terug naar overzicht

Kunnen sommige ondernemingen de sociale verkiezingen ontwijken?

Volgens de consultancy Ernst & Young lijkt het er op dat ondernemingen die voor de eerste keer sociale verkiezingen houden, kunnen ontsnappen aan de verplichtingen die daarmee gepaard gaan. Hoezo?

Om de vier jaar worden er twee nieuwe koninklijke besluiten uitgevaardigd die de datum van de sociale verkiezingen en de procedure vastleggen. Voor de verkiezingen van mei 2004 werden deze twee besluiten uitgevaardigd op 15 mei 2003. Normaliter moesten de ontwerpteksten voor advies voorgelegd worden aan de afdeling wetgeving van de Raad van State. Dit is een verplichte formaliteit. De toenmalige minister van Arbeid volgde deze weg niet. Overwegende dat alle partijen dringend op de hoogte moesten zijn van de procedure om zich te kunnen voorbereiden, werden de koninklijke besluiten helemaal niet voorgelegd aan de Raad van State.

Op 30 januari 2004 mocht de arbeidsrechtbank van Nijvel, afdeling Waver, zich uitspreken over de geldigheid van deze manier van werken. De rechtbank stelde vast dat de motivering om aan het advies van de Raad van State te ontsnappen zo vaag en algemeen was dat de dringendheid helemaal niet werd aangetoond. Bovendien was het feit dat de sociale verkiezingen eraan kwamen absoluut te voorzien, zodat ‘tijdsgebrek’ moeilijk als reden kon opgegeven worden. De rechter verwierp daarom de toepassing van het koninklijk besluit op basis van artikel 159 van de Grondwet, omdat het gebrek aan motivatie leidt tot de onwettelijkheid van het besluit. De partijen werden verzocht tijdens een latere zitting argumenten voor te leggen omtrent de gevolgen van het onwettelijk karakter van de besluiten.

Volgens Ernst & Young heeft deze beslissing drie praktische gevolgen.

Ten eerste geldt de beslissing enkel tussen de partijen en voor het koninklijk besluit omtrent de modaliteiten van de procedure, dus niet voor het besluit waarin de datum van de verkiezingen wordt vastgelegd. Hoewel de beslissing slechts geldt voor het geschil in kwestie, is het zeer waarschijnlijk dat de meerderheid van de rechtbanken die op basis van dezelfde redenen worden gevat, zich op dezelfde manier zullen uitspreken.

Ten tweede zou de vroegere wetgeving van toepassing blijven. Bijgevolg zal de onderneming waar reeds sociale organen bestaan en die de verwerping verkrijgt van het besluit, de bestaande sociale organen moeten laten bestaan tot aan de volgende sociale verkiezingen, dit op basis van het vorige koninklijke besluit (van 25 mei 1999). Maar dit koninklijk besluit werd op dezelfde manier gemotiveerd als dat van 15 mei 2003. Logischerwijs zou een rechter die hierover uitspraak moet doen ook de onwettelijkheid van dit besluit moeten vaststellen.

Ten slotte kunnen de gevolgen voor de ondernemingen die de eerste keer verkiezingen houden nog belangrijker zijn. Als zij inderdaad de verwerping verkrijgen van het koninklijk besluit, dan zouden ze vrijgesteld zijn van alle verplichtingen tot aan de volgende sociale verkiezingen.

Uiteraard kunnen de ondernemingen geen beroep meer doen op de onwettelijkheid van het besluit eenmaal de wetgever met terugwerkende kracht een wet heeft aangenomen die het probleem van de onwettelijkheid dekt. Maar voor de ondernemingen die snel genoeg reageren, kunnen genomen rechterlijke beslissingen niet meer in vraag gesteld worden.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen