< Terug naar overzicht

Tegen 2012 in gezondheids- en welzijnssector 53.000 jobs bij?

Op 4 februari gaf de Vereniging voor Social Profit Ondernemingen een persconferentie over de toekomstige tewerkstellingscijfers in de sector. Volgens Bruno Aerts, directeur van Verso, zijn er dringend heel wat acties nodig om de organisaties van de nodige medewerkers te blijven voorzien.

In 2007 veranderde de Vlaamse Confederatie van Social Profit Ondernemingen (VCSPO) haar benaming in Vereniging voor Social Profit Ondernemingen of Verso. Deze intersectorale werkgeversorganisatie voor de social-profitsector in Vlaanderen groepeert 19 federaties en is erkend als interprofessionele gesprekspartner in de Serv (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen).
In het Vlaamse gewest realiseren meer dan 12.000 private en publieke vestigingen ongeveer 320.000 arbeidsplaatsen in de belangrijkste activiteitstakken van de social profit. De werkgelegenheid in die sector zit in Vlaanderen al jaren in de lift. Volgens de regionale projecties van het Federaal Planbureau, vrijgegeven in januari, zal deze groei in de toekomst nog sterk toenemen. Specifiek in de gezondheids- en welzijnssector, inclusief de sociale economie, zouden er ongeveer 53.000 jobs bijkomen tot en met 2012. Dit komt neer op een gemiddelde groei van 2,6% per jaar, te vergelijken met een toename van 1,1% voor de totale Vlaamse werkgelegenheid. Tegelijkertijd wordt de Vlaamse arbeidsmarkt al enkele jaren gekenmerkt door een krapte en een war for talent. De forse werkgelegenheidsgroei in Vlaanderen gaat immers gepaard met een matige toename van de beroepsbevolking in de periode 2006-2012.
Volgens Bruno Aerts, directeur van vzw Verso, stevent de social-profitsector bijgevolg af op een immense uitdaging: “Om de vele bijkomende jobs in te vullen, zullen we voldoende geschikte arbeidskrachten moeten vinden en behouden. Een masterplan om die werkgelegenheidsgroei te verwezenlijken, is meer dan ooit noodzakelijk. De oplossing zal moeten komen van een meersporenbeleid dat bestaat uit een coherente mix van complementaire acties. Enkele belangrijke elementen daarin zijn: meer mensen aanmoedigen om voor een social-profitjob te kiezen, langer werken bevorderen en de werkbaarheid verhogen, maar ook een competentiebeleid introduceren in functie van een optimale professionele dienstverlening.”
Aerts vindt dat de troeven van de social-profitvoorzieningen sterker kunnen uitgespeeld worden. Volgens hem moeten de pluspunten van een job in deze sector meer aandacht krijgen: “Er is een grote variëteit van meer dan 50 verschillende beroepen, waaronder jobs die men niet direct in de social profit zou verwachten zoals IT-medewerker, boekhouder of technoloog in de medische beeldvorming. Naar ieders competenties en vaardigheden sluiten daarbij veel opleidingsmogelijkheden in alle onderwijsniveaus aan. Er is bovendien een grote kans op directe tewerkstelling in eigen streek met een hoge werkzekerheid. Ten slotte manifesteert er zich meer en meer een grote openheid naar kansengroepen en de overtuiging van de meerwaarde van diversiteit in de dienstverlening. Dankzij de sociale programmatie-akkoorden is de achterstand weggewerkt op het vlak van de basisverloning. Door deeltijds werk en loopbaanondersteuning wordt de combinatie gezin-arbeid eveneens vergemakkelijkt.”
Om voldoende talent aan te trekken, zijn er vanuit de overheid, de sector en de voorzieningen zelf nog complementaire acties nodig, zoals onder meer de samenwerkingsverbanden versterken met het onderwijs en begeleiders van jongeren met het oog op hun studiekeuze of investeren in een eigentijds wervings- en selectiebeleid met een interessant aanbod aan vorming en loopbaanontwikkeling.

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen