< Terug naar overzicht

Veiligheid en gezondheid op het werk. De weg naar de bekroning

28 april werd uitgeroepen tot 'Werelddag voor veiligheid en gezondheid op het werk'. Hoewel de cijfers dalen, blijft ieder arbeidsongeval er één teveel. De zorg voor veiligheid en gezondheid van werknemers vormt een essentieel onderdeel van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar verhoogt ook de bedrijfswinst. Op het vlak van preventie legt Rizla+ ronduit spectaculaire resultaten voor. We vullen dit verhaal in een tweede artikel aan met cijfers en onderzoek naar succ

In 2001 noteerde sigarettenblaadjesfabrikant Rizla twintig arbeidsongevallen
met werkverlet. Eind 2004 werd het bedrijf bekroond door de verzekeringsgroep
APRA voor zijn preventiebeleid in veiligheid en gezondheid. HR-manager Els Schroeven
en preventieadviseur Joris Mareels verklaren die evolutie.
"Er is ontzettend veel veranderd", begint Els Schroeven het verhaal.
"Drie jaar geleden mocht je de fabriek gerust onveilig en chaotisch noemen.
Men moest slalommen tussen alles wat kriskras op de werkvloer stond: de productiehal
leek een opslagruimte. Er was geen uniforme, veilige arbeidskledij, ja men stond
in de zomer zelfs met open sandalen aan de machines. Het gebruik van persoonlijke
beschermingsmiddelen werd niet of onvoldoende gestimuleerd."
Het grote aantal arbeidsongevallen met heel wat dagen werkverlet vormde de aanzet
tot verandering. In 2002 besloot de directie een fulltime preventieadviseur
aan te werven. Ze opteerde om deze functie hoog in het organogram te plaatsen.
Dit is noodzakelijk om zowel de werkgever als de werknemers onafhankelijk te
kunnen adviseren. Het preventiebeleid werd toegespitst op de praktische toepassing
van de codex, dit wil zeggen een veilig werkklimaat creëren in alle domeinen
van de Wet op het Welzijn, waardoor ook arbeidshygiëne, ergonomie, pesten
op het werk en ongewenst seksueel gedrag mee werden opgenomen.

> Een 5 S-beleid
Een uitgebreide risico-inventarisatie van het bedrijf toonde aan dat er op
12 van de 24 punten te laag werd gescoord. De bespreking daarvan op de management
reviews resulteerde in een beleidsnota en actieplannen: een jaaractieplan om
de meest frappante onveiligheden zo vlug mogelijk te verhelpen en een vijfjaarlijks
globaal preventieplan om de andere zaken stelselmatig aan te pakken. Het beleid
is er op gericht meer te doen dan het noodzakelijk wettelijke. "De filosofie
daarachter is dat balanceren op het wettelijke niveau risico's inhoudt. Je moet
dan telkens opnieuw aanpassingen doorvoeren, wat energie, tijd en geld kost.
Leg je de lat meteen hoger, dan zit je voor langere tijd in een groene zone",
weet Els Schroeven.
Tegelijkertijd werd gestart met een 5 S-beleid om orde en netheid in de fabriek
te verkrijgen. Dit van oorsprong Japans systeem bestaat uit vijf elementen:
sorteren, selecteren, schoonmaken, standaardiseren en stimuleren. Joris Mareels
verduidelijkt: "Mensen klaagden dat ze niet genoeg ruimte hadden om te
werken. Resoluut werd gekozen om het hele logistiek gebeuren in de fabriek te
herorganiseren. Dat is belangrijk, want eigenlijk vormt de logistiek het hart
van het bedrijf. Er werden 'wegen' gecreëerd en alles kreeg een vaste plaats.
In een propere, geordende omgeving werkt men gemotiveerder, de handelingen verlopen
vlotter omdat alles gemakkelijk terug te vinden is, waardoor ook de werkdruk
verlaagt."


Veel meer dan zomaar een blaadje
Samen met de zusterfirma in Wales is Ets. L. Lacroix & Fils NV - Rizla
de grootste fabrikant van sigarettenpapier ter wereld. Elke bezoeker die de
productiehall binnenstapt, is verbaasd over het machinepark dat een op het eerste
gezicht zo eenvoudig product aflevert. Het productieproces begint met het gommeren
en het versnijden van het papier tot bobijnen op de breedte van een sigarettenblaadje.
Robots voor het manipuleren van de rollen met bobijnen verlichten het werk van
de operatoren. In de wikkelafdeling worden de bobijnen in de lengte versneden
en in elkaar gevouwen tot blokjes. De blokjes worden nadien verpakt in de welgekende
kleurige boekjes.
Ook de geschiedenis van dit product is verbazend. Rizla+ is namelijk een van
de oudste merknamen ter wereld. Er werden geschriften teruggevonden daterend
uit de 16de eeuw over papierhandel door de familie Lacroix in het zuidwesten
van Frankrijk. In 1764 heeft Jean Lacroix 18 personen in dienst en bezit hij
meer dan een dozijn papiermolens in de regio van L' Angoumois. Tijdens de Napoleontische
oorlog gebruiken soldaten papier uit boeken om hun tabak te rollen door gebrek
aan stenen pijpen. Ook tijdens de Krim-oorlog in 1850 nemen soldaten de gewoonte
aan om tabak in papier te rollen, als goedkoop alternatief voor sigaren. In
1867 wordt het eerste boekje sigarettenpapier geproduceerd en het merk Riz La+
gedeponeerd, waarbij het Franse woord voor rijst wordt aangevuld met La+ als
afkorting van de familienaam. De merknaam wordt pas Rizla+ in 1954. De sigarettenpapierfabriek
in Wilrijk, opgericht in 1958, maakt sinds 1997 deel uit van het Britse Imperial
Tobacco.


> Van techniek tot mentaliteit
Uiteraard werd er in het hele proces eveneens veel geïnvesteerd in technische
faciliteiten zoals een rookdetectiesysteem, een sprinklerinstallatie en airconditioning.
Ook de machines werden aan een risicoanalyse onderworpen. Vertelt Joris Mareels:
"Vroeger werden machines gebouwd om zoveel mogelijk te produceren en werd
met de mens aan de machine weinig rekening gehouden. Vandaag krijgen de werknemers
inspraak bij het ontwerp en het uittesten van nieuwe arbeidsmiddelen. Dit kan
gaan van het evalueren van een nieuwe veiligheidshandschoen tot het werken met
aangepaste machines. Met hun ervaringen wordt rekening gehouden, want tenslotte
zijn zij de experts op de werkvloer. Om het aanvaardingsproces te doen slagen,
is betrokkenheid heel belangrijk bij veranderingen."
Een fabriek technisch veilig maken is één zaak, een verandering
teweegbrengen in de bedrijfscultuur is nog iets anders. Daar blijft altijd werk
aan de winkel, geeft de preventieadviseur toe. "Een uitspraak van professor
Van de Kerckhove bleef me altijd bij. Hij zei 'gras groeit enkel door het voedsel
te geven, niet door er aan te trekken'. Medewerkers worden pas gemotiveerd door
hen te betrekken bij de veiligheidsproblematiek, door hen inspraak te geven,
hen te laten aanvoelen dat dit niet iets vrijblijvend is, dat zij zelf hiervan
uiteindelijk beter worden. Maar om een bedrijfscultuur te veranderen, is tijd
nodig, ja misschien wel een generatie lang."
> Over aangepast werk en oef-ongevallen
Om het ongevallencircuit te doorbreken, werd een heel pakket maatregelen uitgewerkt
in nauwe samenwerking met de externe preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. Een
werknemer die een arbeidsongeval veroorzaakt, kan nooit als 'dader' gestigmatiseerd
worden. Iemand steekt bijvoorbeeld nooit bewust zijn vingers in een draaiende
machine. Een ongeval gebeurt omdat de organisatie op de een of andere manier
heeft gefaald.
Rizla tracht een werknemer die thuis herstellende is, toch zo snel mogelijk
terug naar de werkvloer te halen. "Hoe langer iemand thuis blijft, hoe
hoger de drempel om opnieuw te beginnen", meent Els Schroeven. "Door
aangepast werk integreren we die persoon opnieuw in het bedrijf. Dit verhoogt
de graad van betrokkenheid en versnelt het genezingsproces. Tegelijkertijd wordt
hierdoor het aantal dagen werkverlet gereduceerd."
Ook op ongevallen zonder werkverlet wordt gewerkt. Zelfs met een kleine verwonding
zijn het slachtoffer én de nijverheidshelper immers al gauw een half
uur kwijt. Een serieuze kostenpost op jaarbasis, zo berekende Joris Mareels:
"Het is zelfs een verdoken kost, omdat de verzekering daarin niet tussenkomt.
Al die verzorgingen worden geregistreerd, om de oorzaak te achterhalen en daarop
te ageren."
De bijna- of oef-ongevallen, zoals men ze bij Rizla noemt, zijn situaties met
net geen lichamelijke of materiële schade. Struikelen en net niet vallen
over een verlengsnoer is bijvoorbeeld zo'n oef-ongeval. Dit niet melden, kan
later leiden tot een effectief ongeval van een collega. Na melding voert de
direct leidinggevende onmiddellijk een correctieve actie uit. De supervisor
of manager neemt daarna binnen een redelijke afgesproken termijn een preventieve
maatregel om herhaling te voorkomen.
Registratie is niet eenvoudig, omdat mensen van nature liever verzwijgen dat
ze een 'fout' maakten, maar leidinggevenden worden hierin systematisch gestimuleerd.
"Door ook oef-ongevallen te registreren, zien we duidelijk hoe bewust werknemers
van een bepaalde afdeling met veiligheid omgaan. Op een centraal informatiebord
lichten we iedereen in over wat er gemeld werd en wat er als oplossing uit de
bus kwam. Vaak geven de werknemers immers al een mogelijke oplossing bij de
melding. Belangrijk hierbij is dat medewerkers ervaren dat hun inbreng leidt
tot verbeteringen", aldus Els Schroeven.
Een volgende stap in het veiligheidsbeleid is de introductie van het Finse Tuttava-systeem.
Het systeem is eenvoudig en speelt in op het principe 'alles op zijn plaats
en alles heeft een plaats'. Elke afdeling krijgt maandelijks een score op basis
van een checklist, waarbij zowel veiligheid, milieu als kwaliteit worden beoordeeld.
Els Schroeven: "Zo creëer je op een positieve manier een gezonde competitie
tussen de afdelingen. Dat helpt om de aandacht en zorg levendig te houden. Ook
hierbij worden de medewerkers zoveel mogelijk betrokken. Uiteindelijk is het
de bedoeling dat zij zich verantwoordelijk voelen voor hun afdeling."
> De cijfers en de beloning
De Rizla-cijfers tonen glashelder aan wat een preventiebeleid voor veiligheid
en gezondheid kan doen. In 2001 traden er 20 arbeidsongevallen met werkverlet
op, in 2004 waren dit er nog maar 4. Werden er in 2001 nog 283 werkdagen verlies
door arbeidsongevallen genoteerd, dan daalde dit cijfer in 2004 tot 53. Twee
jaar geleden registreerde men nog 256 eerste hulp-ongevallen zonder werkverlet,
verleden jaar waren dat er nog maar 87. De cijfers voor het eerste trimester
van 2005 geven over heel de lijn een nog spectaculairder dalende trend aan.
Geen wonder dus dat Rizla na een grondige audit door externe specialisten in
de prijzen viel voor zijn inspanningen om het welzijn op het werk, in al zijn
facetten te verbeteren. De bekroning door het Fonds René De Jongh voor
Veilige Arbeid van APRA vindt de HR-manager niet alleen een beloning voor het
beleid en de investeringen van het management, maar vooral voor de inzet van
het personeel. Via het Comité voor Preventie en Bescherming op Werk werden
dan ook aan de medewerkers voorstellen gevraagd om het geld dat aan de prijs
verbonden is, nuttig te besteden.
Is er geen contradictie tussen deze bekroning en het feit dat het product niet
bijdraagt tot de gezondheid, wilden we nog weten. "Dit was geen selectiecriterium
en dat is begrijpelijk", repliceert Els Schroeven. "Het gaat hier
eerst en vooral om de verdienste het productieproces en de werkomstandigheden
zo veilig mogelijk te maken en de betrokkenheid van de medewerkers daarin."

Lees meer over

Geef als eerste een reactie

Om reacties te kunnen geven moet u inloggen
< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen