< Terug naar overzicht

Is ontslag van zieke arbeider willekeurig?

Een werknemer die om de haverklap ziek is, is minder interessant voor een onderneming dan een werknemer die nooit afwezig is. Toch is het niet evident om een werknemer met een arbeidersstatuut te ontslaan omwille van veelvuldige afwezigheid wegens arbe

De Arbeidsovereenkomstenwet beschermt arbeiders tegen ‘willekeurig ontslag’. Het ontslag van een arbeider (die is aangeworven voor onbepaalde tijd) is ‘willekeurig’ als het geen verband houdt met zijn geschiktheid of gedrag, of met de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming of de dienst. De werkgever moet zelf bewijzen dat het ontslag te maken heeft met één van deze drie redenen. Faalt de werkgever in de bewijslast, dan heeft de ontslagen arbeider recht op een forfaitaire vergoeding die overeenstemt met zes maanden loon.

In een arrest van 8 januari 2007 heeft het arbeidshof te Brussel zich uitgesproken in zo’n zaak. Op 27 juni 2002 werd de werkneemster (sorteerster van aardappelen) ontslagen met uitbetaling van een opzegvergoeding. Op het formulier C4 werd als reden voor het ontslag ‘reorganisatie’ vermeld, wat niet de werkelijke reden was voor het ontslag. In latere briefwisseling met de vakbond van de werkneemster heeft de werkgever verwezen naar de werkelijke reden: herhaaldelijke afwezigheden die de organisatie van de onderneming in het honderd hadden laten lopen. De werkneemster bleek namelijk om de haverklap ziek, waardoor de werkgever moeilijk op haar kon rekenen.

Het arbeidshof benadrukte dat de werkgever een ander ontslagmotief mag inroepen dan de reden die vermeld is op het formulier C4. Om te vermijden dat het ontslag als ‘willekeurig’ zou worden bestempeld, moest de werkgever wel kunnen aantonen dat de veelvuldige afwezigheid van de werkneemster de goede werking van de onderneming verstoorde, zodat het ontslag te maken heeft met de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming.

De werkgever merkte op dat zijn onderneming een relatief beperkte omvang heeft, waardoor de afwezigheid van de werkneemster een belangrijke impact heeft op de arbeidsorganisatie. Het arbeidshof nam hiermee geen genoegen. Het benadrukte dat de taak van werkneemster een relatief eenvoudige activiteit uitmaakt die gemakkelijk kan worden uitgeoefend door een vervanger. De werkgever had geen enkel bewijs voorgelegd van de (beweerde) moeilijkheden om de werkneemster te vervangen. Aangezien de werkgever niet had aangetoond dat de afwezigheid van de werkneemster effectief nadelige gevolgen had voor de werking van de onderneming, werd het ontslag van de werkneemster ‘willekeurig’ bevonden.

Dit arrest illustreert dat een ontslag van een arbeider omwille van langdurige afwezigheid wegens ziekte slechts in een beperkt aantal gevallen door de rechter zal worden aanvaard. Cruciaal is dat de werkgever moet aantonen dat de afwezigheid van de arbeiders een negatieve invloed heeft op de werking van de onderneming (of de dienst). Indien dit bewijs niet kan worden geleverd, wordt het ontslag beschouwd als ‘willekeurig’. Dan moet de werkgever een schadevergoeding betalen van zes maanden loon.


Arbeidshof Brussel, 8 januari 2007, AR nr. 46827


src="http://www.hrsquare.be/Images/logos/ce.jpg" alt="images" border="0" width="150" height="27" />

images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen