< Terug naar overzicht

Racistische uitlatingen als dringende ontslagreden: te bewijzen

Ernstige tekortkomingen kunnen een ontslag om dringende reden rechtvaardigen indien zij elke verdere samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maken. Hierbij wordt echter wel eens uit het oog verloren dat het ook belangrijk is om voldoende bewijs te verzamelen over de ernstige tekortkomingen die aan de werknemer worden verweten. De arbeidsrechtbank (en daarna het arbeidshof) sprak zich uit over het ontslag om dringende reden van een werknemer omwille van racistische uitlatingen ten aanzien van een derde en racistische uitlatingen over een derde ten aanzien van collega’s.

De werknemer was verantwoordelijk voor het onthaal van klanten, leveranciers en bezoekers. Een allochtone dame met hoofddoek kwam solliciteren bij de werkgever. De werknemer begroette de sollicitante op een onvriendelijke en ongepaste manier en begeleidde haar naar een apart kantoor waar het sollicitatiegesprek zou plaatsvinden, waar zij “Doe die doek van je kop” zou hebben gezegd bij het sluiten van de deur. Daarna ging de werknemer terug naar haar werkplek waar zij zich ten aanzien van de aanwezige collega’s verder negatief uitliet over personen met een hoofddoek. Omdat de werkgever de racistische uitlatingen ten aanzien van de sollicitante en de racistische uitlatingen over de sollicitante ten aanzien van de collega’s totaal onaanvaardbaar vond, ontsloeg hij de werknemer om dringende reden.

De arbeidsrechtbank oordeelde dat indien een werknemer zich racistisch heeft uitgelaten t.a.v. een sollicitante, dit wel degelijk een tekortkoming is die een ontslag om dringende reden rechtvaardigt. Zij meende echter dat de werkgever hiervan onvoldoende bewijs leverde.

De eerste schriftelijke getuigenverklaring volstond niet om aan te tonen dat de werknemer zich racistisch zou hebben uitgelaten ten aanzien van de sollicitante of over de sollicitante ten aanzien van de aanwezige collega’s, aangezien de inhoud ervan tegenstrijdig was met de overduidelijke verklaring van de sollicitante en ook andere aanwezige collega’s geen verklaring hadden afgelegd die de feiten bevestigden.

Ook de verklaring van de tweede getuige, waaruit volgens de arbeidsrechtbank enkel afgeleid kon worden dat de werknemer intern en tussen de tanden een ongepaste opmerking zou hebben gemaakt over de hoofddoek van de sollicitante, vormde volgens de arbeidsrechtbank geen bewijs dat de werknemer zich racistisch had uitgelaten ten aanzien van de sollicitante. Hoewel de schriftelijke getuigenverklaring van de sollicitante niet aan de wettelijke vereisten voldeed, was deze volgens de arbeidsrechtbank meer dan voldoende geloofwaardig en bewijskrachtig. Er lag volgens de arbeidsrechtbank echter geen bewijs voor dat de werknemer had ingespeeld op de gevoelens van de sollicitante en bovendien werd de bewijswaarde van de verklaring niet aangetast door het feit dat de werknemer de sollicitante had opgezocht.

Het arbeidshof bevestigde het vonnis van de arbeidsrechtbank Gent, afdeling Veurne. Het meende dat de tekortkomingen van de werknemer onvoldoende bewezen waren om een ontslag om dringende reden te rechtvaardigen. Voorts stelde het dat de tekortkomingen van de werknemer slechts in één schriftelijke verklaring werden weergegeven. Volgens het arbeidshof stelde de tweede getuige zich bovendien bijzonder terughoudend op in de schriftelijke verklaring en bevatte deze geenszins wat er in de motiveringsbrief van het ontslag om dringende reden was opgenomen. Meer zelfs, het arbeidshof meende dat de feiten neergeschreven in de tweede schriftelijke verklaring niet strookten met deze neergeschreven in de eerste schriftelijke verklaring. Bovendien werd de eerste schriftelijke verklaring tegensproken door bewijselementen en verklaringen die werden voorgelegd door de werknemer en was deze op bepaalde punten vaag.

Indien men bewijs wil leveren via schriftelijke getuigenverklaringen, moeten deze niet alleen voldoen aan de wettelijke voorwaarden, maar ook voldoende detail bieden over de tekortkomingen die aanleiding hebben gegeven tot het ontslag om dringende reden. De verklaringen moeten in de eigen bewoordingen van de getuigen de tekortkomingen van de werknemer op een voldoende gedetailleerde manier beschrijven en de inhoud van de verklaringen moeten overeenstemmen met wat er wordt vermeld of weergegeven in de motiveringsbrief.

Arbeidsrechtbank Gent, afdeling Veurne, 24 oktober 2019, AR 18/123/A, onuitgeg. en Arbeidshof Gent, afdeling Brugge, 16 december 2020, 2019/AR/195, onuitgeg.

Amélie Desmadryl
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen